In het gevecht om liefde mogen we allemaal winnaars zijn

Het was rond mijn zeventiende levensjaar. Ik was met een paar vrienden aan het stappen in de ‘Hoek’ en we besloten naar een andere kroeg te gaan. Lopend op straat kwamen er twee jonge mannen onze richting op die ik wilde laten passeren door opzij te stappen. Eén van die twee jongens had echter andere bedoelingen. Hij stootte me expres aan met zijn schouder en zag dat gelijk ook als aanleiding om mij in elkaar te schoppen. Letterlijk schoppen! Ik kreeg een paar harde trappen in mijn gezicht en stompen in mijn maag. Mijn vrienden keken stomverbaasd toe op het moment en ikzelf snapte evengoed niet wat er gebeurde. We konden wegkomen en liepen snel een café binnen. Het werd zwart voor mijn ogen en zag sterretjes, maar gelukkig ging ik niet knock-out. Zinloos geweld, waarom?

Precies die maandag na het weekend had ik mijn spreekbeurt Nederlands. Ik zat in het laatste jaar van de havo, had mijn spreekbeurt, maar kreeg door het voorval uitstel en dacht; is er tenminste nog iets positiefs aan deze situatie. Het was niet eens de gebeurtenis op zich die pijn deed, wonden genezen wel. Jarenlang met een beugel lopen en trots zijn op het eindresultaat wat opeens door een paar trappen in je gezicht kapot gemaakt was. Waarom? En we waren met z’n drieën, waarom ik? Ik wist wie het gedaan had, maar mijn vader kende hem en zijn ouders ook. Ik schaamde me diep en besloot het maar voor mezelf te houden. Ik wilde niemand meer in verlegenheid brengen. Het was allemaal al erg genoeg zo!

Maanden erna was ik bang om uit te gaan, maar ik zette me erover heen en ontmoette snel nieuwe vrienden met wie ik mee ging naar Naaldwijk. Zij hielden wel van een vechtpartij en ik dacht, als er gevochten moet worden dan sta ik er niet meer alleen voor. De angst regeerde en het was een nepveiligheid. Want ik wilde niet hoeven vechten en keurde het gedrag van mijn vrienden af als ze kans zagen in een partij matten. Dan mag je wel een grote jongen in zwarte kleren zijn met lang haar, maar ik respecteerde mijn normen en waarden.

Ik heb gelukkig nooit hoeven vechten. Tenminste, niet fysiek, want innerlijk is het soms een hevige strijd geweest. Ik wilde niet nogmaals in elkaar geslagen worden en dus zei ik tegen mezelf “leer vechten, verdedig jezelf” en elke avond deed ik push-ups op mijn vuisten in een poging sterker te worden. Maar iets diep in me zei “nee, zo ben je niet, je bent tegen geweld! Blijf jezelf.” En zo ben ik inderdaad niet! En ik heb er achteraf ook veel van geleerd. Ik ben er niet dankbaar voor, maar ik snap het wel.

Laat ik het eens omdraaien, want hoe handel je vanuit liefde? Als ik handel vanuit liefde doe ik mezelf geen geweld aan. Als ik handel vanuit liefde doe ik ook een ander geen geweld aan. En zo kan ik een waslijst opnoemen van zaken die ik juist doe vanuit liefde voor mezelf en de ander. Maar nog belangrijker, er zijn dingen die ik mezelf en de ander niet aan wil doen. Ik heb ingezien dat elk mens handelt vanuit de hoogst mogelijke vorm van liefde die hem bekend is. Deze liefde vormt zijn bewustzijn. Handel je vanuit een gekwetst egocentrisch bewustzijn of vanuit een universele liefde voor jezelf, de ander, de wereld en wellicht zelfs de gehele kosmos. Het is uiteraard niet zwart-wit, er zijn minstens zoveel lagen en bewustzijnsniveau’s als er levende wezens zijn.

Ben ik in elkaar geslagen als een uiting van liefde? In zijn handelen liet hij zien hoe hij tegen zichzelf en de ander aankijkt. Hij heeft een (onbewuste) hekel aan zichzelf, hij weet niet wat echte liefde is. En wie is er dan de verliezer? In het gevecht om liefde mogen we allemaal winnaars zijn. Word de beste, win de meeste liefde, doe je hardste best! Als iedereen een winnaar is, kun je het ook de ander gunnen om liefde te winnen. En dat kan ik nu doen. Ik gun hem liefde, haal me in, win maar van me!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *