Open de deur naar mijn hart

Open de deur naar mijn hart, het innerlijke kind in al zijn puurheid en zuivere weten. Vraag me niet waarom ik dit wil, maar vraag jezelf waarom je dit niet wilt. Waarom leven in duisternis, in afwachting van betere tijden terwijl de enige actie die nodig is zo simpel is. Verbind je zelf weer met je ziel zodat de valse identiteit losgelaten mag worden. Wie je denkt te zijn is niet relevant meer, wie je werkelijk bent, stel jezelf die vraag! Waarom doe je mee aan iets wat niet goed voelt. Waar je niet beter van wordt en wat je geen eeuwig geluk brengt.

Deel het brood met de armen en de rijken zullen toekijken in puur verlangen. Laat niet langer de pijn in je hart toe, maar laat het hart vrij je aan te moedigen te doen wat goed is. Luister naar de innerlijke stem die je de richtlijnen geeft die je nodig hebt om een leven vol rijkdom te mogen ervaren. Rijkdom is hierbij een afspiegeling van mijn rijk, mijn liefde die ik voor je heb. Het rijk van God is een eenheid van liefde, van samenzijn en broederschap. Waarin je de ander slechts nog ziet in je eigen licht. Een continue samensmelten van liefde zodat eenheid keer op keer ervaren wordt.

Handel daarom niet in afzondering, maar zoek elkaar op zodat je kunt delen in elkaars levensvreugde. Rouw niet om wat er niet is of is weggevallen. Maar ervaar de vreugde van de eeuwigheid in het rijk van de liefde. Op een dag doe je het zere lichaam wat je nu draagt af en ontwaak je weer in het koninkrijk van de ene god. Hij die aller machtigst is en aan de bron staat van elke gedachte die mag ontwaken in liefde. Het is aan hem om ons de levensadem te geven zodat we in afzondering weer de eenheid vinden. Zodat zijn liefde overal ervaren kan worden, hoe groot we ook denken dat de afstand is.

Wij houden de afstand tot zijn hart in stand doordat we ons eigen hart niet horen kloppen. Treed daarom binnen in het heilige huis van je hart en open je ogen voor de werkelijke waarheid. Je bent een wezen van licht en liefde. Niet langer afgescheiden van de bron die je het leven heeft gegeven, het leven zal onderhouden en het weer zal afnemen. Opdat we ontwaken in de schoot van die ene God, de almachtige vader en de liefhebbende moeder. Terug naar huis, terug naar hen, die je al die tijd zijn bijgestaan.

Lang liep ik over de vlakten van de koude ziel

Lang liep ik over de vlakten van de koude ziel. Mijn voeten ruw geworden van het grove zand. Wanneer bereik ik de oase die me te eten en te drinken zal geven? Het lijkt allemaal wel een eeuwigheid te duren. Mijn ogen turen de horizon af en keer op keer toont zich een weerspiegeling van de zon op mijn netvlies. “Blijf het licht volgen, blijf volgen”. Weerklinkt het in mijn hoofd. Maar mijn lijf is moe en mijn voeten willen niet meer verder. De eenzaamheid begint zich te wreken.

Wie is deze stem die me stuurt, wie is het die de wind me laat afkoelen maar dan weer het zand in mijn ogen doet waaien. Waar is de rust die mijn ziel zoekt, waar is mijn thuis zodat ik de strijd mag opgeven en de vrede zich zal openbaren? Misschien zijn het wel de vragen die ik op moet geven. Niet langer vasthouden aan de gedachte dat wat ik zoek buiten mezelf ligt. Maar dat het thuis en de vrede in mijn hart ligt verscholen.

De huid op mijn borst is kwetsbaar en ik zie het zachte kloppen van mijn hart. Dit kan toch niet de ingang zijn tot het huis van mijn vader. “Heb jezelf lief klinkt weer die stem, zoals ik ook jou lief heb.” Maar mijn begrip kan niet toestaan dat dit lijden een uiting is van liefde. Waarom lokt u boosheid in mij uit en spreekt daarover als liefde?

“Geef mij je boosheid, maar keer je niet af van je ware essentie. Het licht dat in je ziel schijnt is vele malen groter dan de zon die nu je huid doet drogen. Het water uit mijn bron zal stromen voor hen die hun ogen willen openen en hun hart durven tonen. Ik zie in jou mijn zoon, maar jij bent het die in mij niet je vader ziet. Ik vraag niets meer dan simpelweg jezelf te zijn. “

“De liefde te tonen aan je broeder, je dienst te verlenen aan je buur. Wees niet bang voor je omgeving, want ik zal je schoenen geven als de rotsen snijden in je vlees en het brood zal er zijn als de honger groot is. Maar zolang je niet vertrouwd op mijn liefde, sluit je zelf de deur tot mijn overvloed. Geef mij je handen en ik zal je voorzien van werktuig. Geef mij je voeten en ik toon je de weg. Maar zowaar, geef mij je hart en ik zal het vullen met liefde.”