Ons is een lichaam gegeven, toch bouwen we tempels

Ons is een lichaam gegeven, toch bouwen we tempels, kerken en andere huizen van verering. Ons zijn oren gegeven, maar luisteren doen we slechts naar anderen wiens woord we voor waarheid aannemen. Ons zijn ogen gegeven om te kijken, maar we kijken slechts buiten ons. We voelen, maar alleen wat de ander ons aandoet. Onze aandacht is niet gericht op wat er reeds in ons is, maar alleen wat er zich buiten ons afspeelt.

We zijn slechts waarnemers van de halve waarheid. Onze aandacht gaat naar buiten en we verliezen haar kracht. Continue zijn onze zintuigen erop gericht wat er zich buiten ons afspeelt en vergeten we onze innerlijke rijkdom. God bouwde niet de kerk, hij gaf ons het lichaam. Wat we zien is niet buiten ons, onze waarneming is van binnen, evenals ons gehoor. We kunnen onze ogen sluiten, onze oren dichtdrukken en nog zal de mens in staat zijn te zien en horen. Maar we vergeten dit of vinden dat het slechts de verbeeldingskracht is die bij een kind hoort.

Wanneer ben jij voor het laatst kind geweest? Heb je je verbeeldingskracht gebruikt om een gevoel van geluk op te roepen. Innerlijke blijdschap kan niemand je afpakken, je kunt alleen toestaan dat een ander het afbreekt. Onze maatschappij leert ons een muur bouwen om ons innerlijke kind, ons innerlijk waarnemen en het zuivere vertrouwen wat daarbij hoort. We vergeten wie en wat we werkelijk zijn. Ons lichaam is de tempel van onze ziel, maar deze tempel is slechts tijdelijk. Wij zijn eeuwig, zonder begin en einde, kosmisch bewustzijn, een ster aan de hemel. We zijn het zand onder onze voeten en de lucht die we ademen.

Onze wil is een tijdelijke illusie totdat we inzien dat er slechts één wil is, die van God. Zijn wil geschiedde, zowel in de hemel als op aarde. Maar wie afgescheiden wilt leven, zal dit mogen, zodat hij de bittere vrucht mag proeven van verdriet. Niet uit woede, maar God doet dit uit liefde, want hij weet dat je terug zult keren naar het huis waar de zoete wijn wacht, de nectar van liefde. De grootste liefde die er is, is het loslaten van controle. Daarom gaf God ons onze vrijheid, en zo kunnen wij zijn huis weer terugvinden in onze tempel.

Wanneer we niet meer buiten onszelf zoeken, maar in onszelf. Liefde voor onszelf cultiveren en los leren laten. Mijn wil geschiede, zowel in de hemel, als op aarde. Ik ben Liefde, ik ben altijd.

2 gedachten over “Ons is een lichaam gegeven, toch bouwen we tempels”

  1. Leg eens uit waarom u steeds in de ‘wij’ en ‘ons’ vorm spreekt en niet enkel vanuit u zelf. Waarom schrijft u bijvoorbeeld niet: mij is ogen gegeven om te kijken, maar ik kijk slecht buiten mij. Onze oren, onze wil, waarom houdt u het niet bij u zelf? Enig idee welke noodzaak of behoefte daar achter steekt?

    Ik bedoel wie bent u om te spreken voor een ander want is ook niet hetgeen u ziet uwe eigenste projectie van de realiteit? Sterker nog, wie bestaat er buiten u?

    1. Ik begrijp uw vraag en wellicht uw verwarring. Ik schrijf inspiraties; soms zijn deze gebaseerd op eigen ervaring, andere keren wordt ik geïnspireerd namens de ‘geestenwereld’ te spreken. Dan zit daar bijv ook een les voor mij persoonlijk in.

      Daarnaast ben ik me ook bewust van de lezer; bent u ‘ik’, ‘jij’ of worden ‘we’ beiden aangesproken? Maar belangrijkste is toch; ik laat me inspireren de woorden te schrijven zoals deze mij toekomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *