Sta op nadat je bent gevallen en loop weer verder

Sta op nadat je bent gevallen en loop weer verder. Er is niets waarvoor je op je knieën moet blijven zitten wenen. Richt je ogen weer omhoog en sta op. Wanneer je blijft treuren om wat er gebeurt is, blijft je aandacht slechts gericht op wat was, niet op wat is of zou kunnen zijn. Je moet weer op staan en doorgaan. Verder gaan zodat je zelf kunt zien waar naartoe de weg leidt die je in geslagen bent.

Elk pad leidt uiteindelijk tot de rust die je zoekt in je ziel. Maar velen onder jullie zitten stil, blijven op de plaats waar ze onderuit gaan en treuren onder hen die ook treuren. Ze versterken elkaar en denken zo een eenheid te vormen met elkaar. Maar je ontkent je eigen potentieel, je ontkent de bodem waarop je geboren bent. Als je lading te zwaar is, laat deze dan juist op de plek achter waar het je te zwaar wordt. Laat haar los en ga verder, zonder alle ballast uit het verleden.

Het verleden los laten is het enige wat je hoeft te doen. Niet langer proberen vast te houden aan dat wat je niet meer dient. Het stof achter je zal dalen tot het weer wacht om opgewekt te worden door de volgende zoeker. Niets blijft hetzelfde, voor niemand, waarom zou het voor jou anders zijn. Sta daarom weer op en loop verder, ga verder met je leven en blijf niet treuren. Sta je zelf toe verdriet te voelen, maar zie de opluchting ook als moment om weer verder te gaan.

Het leven is lijden wanneer je daarvoor kiest. Maar lijden is slechts een ervaring die je kan helpen door te gaan. Want de ziel kent geen lijden en is daarom op weg terug naar de zuivere staat van zijn. Laat je ziel je daarom leiden, ze weet waar ze naartoe terug wil en hoe daar te komen. Je hart dient daarbij als kompas, niet voor de ander, maar voor jezelf. Laat je hart je de weg wijzen weer thuis te komen maar wees vooral stil. Stil om je ziel te laten spreken, opdat ze weet.

Ga voorbij alles wat als zinnig klinkt, ga voorbij aan alles wat bekend klinkt. Alles wat bekend is, heeft je slechts gebracht waar je nu bent. Alles wat je weet is oud en dient je niet. De ziel gaat daar waar het nieuw is, waar het spontaan en liefdevol is. Laat je ziel je leiden naar waar alles onbekend is voor jou, want je zult weten dat je de goede weg gaat.

Ik ben de herberg, de herbergier en zal je herbergen

Ik ben de herberg, de herbergier en zal je herbergen. Toch is mijn herberg leeg. Kan ik niemand van dienst zijn en blijven mijn diensten achterwege. Ik wacht, want ik weet dat op een dag de eerste zoekende aan mijn deur zal kloppen. Hij zal me vragen naar de weg om een herberg te vinden en ik zal hem de weg wijzen. Ik zal hem zeggen waar hij de herberg zal vinden en hoe te zoeken. Hij zal zijn weg vervolgen, zijn zoektocht zal door gaan naargelang zijn verlangen te zoeken.

Totdat hij later weer aanklopt bij mijn herberg. En wederom vraagt hij waar hij de herberg kan vinden. Hij toont me zijn frustratie want de weg die ik wees heeft hem weer naar mij geleid. Ik toon hem wederom de weg en vraag hem of hij toch niet tijdelijk iets wilt eten en drinken. Maar de zoeker heeft haast en wil geen tijd verliezen. Weer vertrekt hij, dit keer meer vastberaden dan voorheen.

Zo komen veel mensen aan bij mijn herberg. Ze zijn zoekende maar weten niet waarnaar. Ze realiseren zich niet dat de zoekvraag voldoende is om te vinden wat ze zoeken. Er is niets meer nodig dan de wens, het verlangen uit te spreken om mij te vinden. Mijn herberg is niet het antwoord, mijn herberg is de vraag. Ik ben tevens de zoeker en waar ik me herberg is wat gevonden wordt wanneer je de vraag uitspreekt. De vraag is wat verborgen is.

Verwacht dus geen antwoord op je vraag want je zult lang mogen zoeken. Maar weet dat wanneer je de vraag stelt, je alles gevonden hebt waar je hart naar verlangt. Je hoeft niet verder te zoeken. Je hoeft niet verder te vragen. De herberg is in je. Jij bent de herbergier van het verlangen naar het leven. Liefde is wat je herbergt. Ga dus gewoon in stilte rusten in de herberg van je ziel. Geef jezelf te eten en te drinken en erken de gastheer die je al bent.

Niets van wat je zoekt vind je buiten jezelf. Alles is reeds aanwezig. Alles is er, verborgen in de vraag; toon mij de weg.