In het gevecht om liefde mogen we allemaal winnaars zijn

Het was rond mijn zeventiende levensjaar. Ik was met een paar vrienden aan het stappen in de ‘Hoek’ en we besloten naar een andere kroeg te gaan. Lopend op straat kwamen er twee jonge mannen onze richting op die ik wilde laten passeren door opzij te stappen. Eén van die twee jongens had echter andere bedoelingen. Hij stootte me expres aan met zijn schouder en zag dat gelijk ook als aanleiding om mij in elkaar te schoppen. Letterlijk schoppen! Ik kreeg een paar harde trappen in mijn gezicht en stompen in mijn maag. Mijn vrienden keken stomverbaasd toe op het moment en ikzelf snapte evengoed niet wat er gebeurde. We konden wegkomen en liepen snel een café binnen. Het werd zwart voor mijn ogen en zag sterretjes, maar gelukkig ging ik niet knock-out. Zinloos geweld, waarom?

Precies die maandag na het weekend had ik mijn spreekbeurt Nederlands. Ik zat in het laatste jaar van de havo, had mijn spreekbeurt, maar kreeg door het voorval uitstel en dacht; is er tenminste nog iets positiefs aan deze situatie. Het was niet eens de gebeurtenis op zich die pijn deed, wonden genezen wel. Jarenlang met een beugel lopen en trots zijn op het eindresultaat wat opeens door een paar trappen in je gezicht kapot gemaakt was. Waarom? En we waren met z’n drieën, waarom ik? Ik wist wie het gedaan had, maar mijn vader kende hem en zijn ouders ook. Ik schaamde me diep en besloot het maar voor mezelf te houden. Ik wilde niemand meer in verlegenheid brengen. Het was allemaal al erg genoeg zo! Lees verder In het gevecht om liefde mogen we allemaal winnaars zijn